Een ontruimingsplattegrond is een essentieel hulpmiddel tijdens een calamiteit. Het geeft in één oogopslag aan waar u zich bevindt, wat de kortste vluchtwegen zijn en waar de brandblusmiddelen hangen. De juiste plaatsing op ooghoogte is cruciaal voor de leesbaarheid en effectiviteit wanneer elke seconde telt.
Wanneer er een noodsituatie ontstaat, moet een plattegrond direct leesbaar zijn voor iedereen. Een kaart die te hoog of te laag hangt, zorgt voor vertraging en onduidelijkheid op het moment dat er paniek kan ontstaan.
Volgens de Nederlandse norm NEN 1414 moeten ontruimingsplattegronden op een strategische en goed zichtbare plek worden opgehangen. De hoogte is hierbij een vast onderdeel van de inspectierichtlijnen. Een plattegrond moet hangen op:
Een plattegrond is pas effectief als de montage aan de volgende eisen voldoet:
Gebruik deze checklist om te controleren of uw plattegronden correct in het pand aanwezig zijn.
Veel organisaties hebben hun plattegronden hangen, maar maken cruciale fouten bij de montage:
In gebouwen waar een brandmeldinstallatie verplicht is, zijn ontruimingsplattegronden volgens het Bouwbesluit noodzakelijk.
De richtlijn adviseert een hoogte tussen de 1,40 meter en 1,65 meter vanaf de vloer tot het midden van de kaart.
Ja, kleurgebruik is verplicht om onderscheid te maken tussen vluchtwegen (groen), blusmiddelen (rood) en de huidige locatie (geel/blauw).
Dit hangt af van de complexiteit van het pand, maar de vuistregel is bij elke toegang tot een trappenhuis en op knooppunten van gangen.
Dat mag, mits deze volledig voldoet aan de grafische symbolen en eisen van de NEN 1414 en NEN-EN-ISO 7010 normen.
De plattegrond is de fysieke tekening aan de muur; het vluchtplan (onderdeel van het bedrijfsnoodplan) is het document waarin de procedures beschreven staan.